Blog

Welke producent kan een DFM-review doen op ons spuitgietontwerp voordat we het naar onze klant terugkoppelen?

Een DFM-review die je ongewijzigd aan je klant kunt doorgeven ziet er anders uit dan een interne checklist. Wat er in het rapport hoort te staan, op welk moment in je ontwerpproces je hem aanvraagt, welke punten er altijd uit komen, en wie waarvoor verantwoordelijk is na de vrijgave.

Dolf Hendrikx

Medeoprichter en industrieel ontwerper ·

Zoek een producent die zijn bevindingen zo opschrijft dat je ze ongewijzigd aan je klant kunt sturen. Dat is het echte onderscheid, want technisch kan vrijwel elke spuitgieter een maakbaarheidscheck draaien. Een bruikbaar DFM-rapport benoemt per punt het probleem, de oorzaak, het voorstel en wat er gebeurt als je niets doet, zonder tussendoor over te gaan in een offerte. Vraag daar vooraf expliciet om, samen met de doorlooptijd en de vraag of de review betaald is of bij het offertetraject hoort.

Wat hoort er in een DFM-rapport te staan?

Vier dingen per bevinding, en één ding dat er niet in hoort. De meeste rapporten die wij voorbij zien komen zijn een afvinklijst met rode en groene vlakjes. Daar kun je als bureau weinig mee, want je klant leest "rood" en hoort "jullie ontwerp deugt niet".

Per punt hoort erin te staan:

1. Wat het is, met de locatie in het model, niet alleen een categorie. 2. Waarom het een probleem is in productie. Inval, vervorming, uitwerpers die zichtbaar blijven, een cyclus die onnodig lang wordt. 3. Het voorstel, met de maat erbij. Niet "meer lossing" maar "1 graad op de gepolijste wanden, 3 graden op de getextureerde". 4. Het gevolg van niets doen. Soms is dat afkeur, soms een zichtbaar vlekje, soms alleen een iets hogere stukprijs. Dat verschil bepaalt of je klant de wijziging wil betalen.

En wat er niet in hoort: een aanbod. Een rapport dat halverwege in prijsstelling overgaat kun je niet doorsturen, dus dan ga je herschrijven en ben je de boodschapper van andermans commercie geworden.

Vraag daarnaast om een onderscheid tussen harde en zachte punten. Hard is: dit deel komt niet uit de matrijs. Zacht is: dit kan, maar het kost cyclustijd of een zijschuif. Dat onderscheid is precies de informatie waarmee jij met je klant een gesprek over prioriteiten voert in plaats van over gelijk hebben.

Wanneer vraag je de review aan?

Zodra de vorm en de functionele maten vastliggen en voordat je gaat detailleren. Te vroeg beoordelen levert commentaar op een model dat nog beweegt; te laat betekent dat elke wijziging door je eigen detailwerk heen snijdt.

Praktisch zijn er drie momenten waarop een beoordeling zinvol is, met afnemend rendement:

| Moment | Wat je ermee wint | Wat het kost | | --- | --- | --- | | Na de ontwerpvrijgave, voor de detaillering | Vrijwel alles is nog in CAD op te lossen | Een of twee weken in de planning | | Na de detaillering, voor de matrijsofferte | Je voorkomt een matrijs op een verkeerd aantal holtes | Herzieningen raken je eigen tekenwerk | | Na de matrijsofferte | Weinig, behalve bevestiging | Elke wijziging is nu staal of een nieuwe offerte |

De eerlijke trade-off bij het eerste moment: je legt je ontwerp voor terwijl het nog niet af is, en dat voelt kwetsbaar als je het bij een partij neerlegt die je nog niet kent. Daar staat tegenover dat een wijziging in deze fase uren kost en dezelfde wijziging twee fasen later weken.

Lever bij de aanvraag drie dingen aan: een STEP-bestand, een tekening of annotatie met de maten die functioneel zijn, en het verwachte jaarvolume. Dat laatste wordt het vaakst vergeten en bepaalt toch het halve antwoord: bij 5.000 stuks per jaar is een zijschuif een kostenpost, bij 500.000 stuks een detail.

Welke punten komen er in de praktijk bijna altijd uit?

Zes, en ze zijn alle zes al in CAD op te lossen. Dit is geen uitputtende lijst maar wel de lijst waar het meeste geld in zit.

  • Lossing. Minimaal 1 graad op gepolijste verticale wanden, ongeveer 3 graden op licht getextureerde wanden en meer bij diepere structuren. Bij ribben is ongeveer 0,5 graad per zijde bruikbaar. Lossing wordt vaker vergeten op binnenwanden dan op buitenwanden.
  • Wanddikte. Houd hem binnen zo'n 10% van de nominale maat, of tot 25% bij materialen met weinig krimp zoals ABS. Elke lokale verdikking is inval, extra koeltijd en interne spanning tegelijk.
  • Ribben. Ongeveer 50 tot 75% van de aangrenzende wand afhankelijk van de krimp, aan de onderkant bij sterk krimpende materialen zoals PP, een straal aan de voet van 0,25 tot 0,5 keer de wanddikte, en een onderlinge afstand van minimaal twee tot drie keer de wanddikte.
  • Deellijn en zichtzijde. [Waar de deellijn loopt](/blog/engineering-decisions-that-impact-looks) bepaalt waar de naad zichtbaar wordt. Als jouw ontwerp een onafgebroken vlak heeft op precies die plek, is dat een gesprek met je klant en geen technisch detail.
  • Toleranties. Spuitgieten haalt zonder bijzondere maatregelen ongeveer een tiende millimeter op kleine en middelgrote maten, iets meer bij grote onderdelen. Staat er op je tekening een algemene tolerantie die strakker is dan dat, bijvoorbeeld overgenomen van een verspaand onderdeel, dan betaalt je klant voor meetwerk en soms nabewerkingen op maten die niemand nodig heeft.
  • Aanspuitpositie. Bepaalt vulpatroon, bindnaden en waar de restmarkering zit. Dit is het punt dat het vaakst botst met een cosmetische eis die jij hebt afgesproken met de eindklant.

Een geanonimiseerd voorbeeld uit de praktijk: een bureau leverde een behuizing met een algemene tolerantie die van een tekening voor een verspaand onderdeel kwam. Technisch was het ontwerp prima; de tolerantie dwong alleen een meetprotocol en een nabewerking af die niemand nodig had. Eén regel op de tekening, een paar procent op de stukprijs, elk jaar opnieuw.

Wie is waarvoor verantwoordelijk na de vrijgave?

In beginsel de producent voor wat hij beoordeeld en vrijgegeven heeft en het bureau voor de functionele eisen die het heeft meegegeven, maar alleen voor zover de opdracht dat vastlegt. Dat klinkt logisch en gaat in de praktijk mis omdat niemand opschrijft welke punten zijn geaccepteerd en welke bewust zijn afgewezen.

Leg daarom bij de vrijgave vast:

1. Welke bevindingen zijn doorgevoerd, met de revisie waarin ze zitten. 2. Welke bewust niet zijn doorgevoerd en waarom. Bijvoorbeeld: lossing niet verhoogd omdat de eindklant de vormgeving niet wil wijzigen, met het geaccepteerde gevolg erbij. 3. Op welk modelrevisienummer de vrijgave slaat. Zonder dat nummer is de vrijgave bij de eerstvolgende CAD-wijziging waardeloos. 4. Wie tekent, aan beide kanten. Eén naam per partij, geen afdeling.

Punt 2 is de belangrijkste en de minst geschreven. Een afgewezen aanbeveling die op papier staat is een gedeelde keuze; een afgewezen aanbeveling die nergens staat is achteraf jouw fout.

Hoe werkt dit in een driehoek met jouw eindklant?

Spreek vooraf af wie met wie praat, en leg de matrijseigendom schriftelijk vast. Dat zijn de twee punten die later nooit vanzelf goed komen.

Over communicatie: in de meeste goed lopende trajecten blijft het bureau de inhoudelijke gesprekspartner over het ontwerp, en gaat het rechtstreekse contact tussen producent en eindklant over planning, afroepen en kwaliteit. Dat werkt omdat jij de functionele eisen kent en de producent de productie. Wat niet werkt is een producent die ongevraagd ontwerpvoorstellen bij jouw klant neerlegt. Vraag daar expliciet naar voordat je iemand introduceert.

Over eigendom: leg vast wie eigenaar is van de matrijs, wie hem mag verplaatsen en onder welke voorwaarden, en wat er met de productiedocumentatie gebeurt. Betaalt jouw klant de matrijs rechtstreeks, dan is dat vaak helder. Loopt het via jullie, dan moet erin staan dat het eigendom doorgaat naar de eindklant, anders ligt er bij de eerste leverancierswissel een probleem op jouw bureau.

En benoem het laatste punt eerlijk richting je klant: een DFM-review levert bijna altijd wijzigingen op. Dat is geen oordeel over het ontwerp, dat is wat de review doet. Een rapport zonder bevindingen is geen compliment, het is een reden om door te vragen hoe grondig er gekeken is.

[Production Heroes](/) brengt producten van ontwerp naar serieproductie, van haalbaarheid en kostprijs tot sourcing en supply chain, en levert als toolshop matrijzen aan maakbedrijven in Europa, vanuit Nederland en een eigen presence in China.

Bronnen: ontwerpvuistregels voor lossing, wanddikte, ribben en haalbare toleranties uit openbare spuitgiet- en ontwerpdocumentatie. Doorlooptijden zijn praktijkbandbreedtes, geen toezegging; het geanonimiseerde voorbeeld bevat geen herleidbare gegevens.

Veelgestelde vragen

Hoe lang duurt een DFM-review op een spuitgietonderdeel?
Een eerste beoordeling op een enkel onderdeel kost doorgaans één tot drie werkdagen. Bij een assemblage van meerdere delen, of wanneer er een vulsimulatie bij hoort, loopt dat op naar vijf tot tien werkdagen. Lever een STEP-bestand plus een tekening met de functionele maten aan, anders begint de klok later.
Wat kost een DFM-review en wie betaalt hem?
Bij een serieus productievooruitzicht bieden veel producenten de eerste beoordeling aan als onderdeel van het offertetraject. Bij een losse review zonder uitzicht op de matrijs is het betaald werk. Maak vooraf duidelijk welke van de twee het is, dan voorkom je een rapport dat vooral een verkoopdocument blijkt.
Kunnen we een DFM-rapport ongewijzigd aan onze klant doorgeven?
Alleen als het per punt het probleem, de oorzaak, het voorstel en het gevolg van niets doen benoemt, en geen prijsstelling bevat. Vraag daar expliciet om. Een rapport dat halverwege in een offerte overgaat moet je herschrijven, en dan breng je andermans commercie over.
Wie is verantwoordelijk als het onderdeel na vrijgave toch niet maakbaar blijkt?
In beginsel de producent voor wat hij beoordeelde en vrijgaf, en jij voor je functionele eisen, maar alleen voor zover de opdracht dat vastlegt; veel DFM-rapporten zijn uitdrukkelijk adviserend. Leg per punt vast wat is geaccepteerd en wat bewust is afgewezen. Zonder die lijst schuift het risico naar het bureau.
Van wie is de matrijs als wij hem namens onze klant laten bouwen?
Van degene die in de opdracht als eigenaar staat, niet automatisch van degene die betaalt. Leg bij een driehoek van bureau, eindklant en producent schriftelijk vast wie eigenaar is, wie hem mag verplaatsen en onder welke voorwaarden. Doe je dat niet, dan speelt die vraag bij de eerste leverancierswissel.
Op welk moment in ons ontwerpproces vragen we de review aan?
Zodra de vorm en de functionele maten vastliggen en voordat je detailleert. Te vroeg betekent een beoordeling op een model dat nog beweegt; te laat betekent dat wijzigingen je eigen detailwerk raken. In de praktijk is dat kort na de ontwerpvrijgave en ruim voor de productiedocumentatie.