Blog

Onze huidige fabriek kan de vraag niet meer bijbenen, wie helpt ons opschalen naar een nieuwe partner?

Stel eerst vast of je een capaciteitsprobleem hebt of een planningsprobleem. Daarna pas kiezen tussen extra holtes, een tweede matrijs of een tweede productiepartner, wat een tweede keten doet met je kostprijs, en hoe je dat opzet zonder dat de levering stilvalt.

October 6, 2026

Stel eerst vast wat er precies knelt, want in de meeste gevallen is het geen capaciteitsprobleem maar een plannings- of prioriteitsprobleem. Reken uit wat je matrijs theoretisch kan produceren (aantal holtes maal 3.600 gedeeld door de cyclustijd in seconden, maal het aantal draaiuren) en leg dat naast wat je werkelijk geleverd krijgt. Zit daar een groot gat, dan is de machine niet te klein maar sta je te laag in de planning. Pas als de rekensom laat zien dat de matrijs echt aan zijn grens zit, kies je tussen extra holtes, een tweede matrijs of een tweede productiepartner.

Is het echt capaciteit, of is het planning?

Dat zie je aan één som. Neem een matrijs met vier holtes en een cyclustijd van 40 seconden. Dat is 360 stuks per uur. Bij twee ploegen, dus ongeveer 100 draaiuren per week, is dat 36.000 stuks per week. Een jaarvraag van 300.000 stuks past daarmee in negen productieweken.

Als jouw jaarvraag in negen weken machinetijd past en je toch structureel te laat levert, ligt het niet aan de matrijs. Dan is één van deze vier aan de hand:

  • Je staat laag in de planning. De machine draait zelden alleen voor jou. Een klant met een groter of winstgevender volume gaat voor.
  • De omsteltijd is te hoog ten opzichte van je afroepgrootte. Vaak kleine orders betekent vaak omstellen, en dan wordt je serie liever doorgeschoven.
  • Een onderdeel of grondstof is de bottleneck, niet het spuitgieten zelf.
  • De afkeur loopt op, waardoor er meer geproduceerd moet worden dan je bestelt.

Vraag daarom drie cijfers op: de werkelijke cyclustijd, de draaiuren die jouw matrijs vorig kwartaal maakte, en het afkeurpercentage. Krijg je die niet, dan is dat op zichzelf al een antwoord.

Extra holtes, tweede matrijs of nieuwe partner: wat kies je?

Dat hangt af van of je capaciteit tekortkomt, zekerheid, of allebei. Vier routes met hun echte prijs:

| Route | Investering | Doorlooptijd | Wat het oplost | Wat het niet oplost | | --- | --- | --- | --- | --- | | Extra ploeg of meer draaiuren bij de huidige partij | Geen | Weken | Tijdelijke piek | Afhankelijkheid van één locatie | | Matrijs ombouwen naar meer holtes | Laag tot midden | 4 tot 8 weken | Stukprijs en doorzet tegelijk | Prioriteit in de planning | | Tweede matrijs bij dezelfde partij | Matrijsinvestering, sterk afhankelijk van holtes en volume | 6 tot 12 weken | Doorzet en uitval van één matrijs | Afhankelijkheid van één locatie | | Tweede productiepartner met eigen matrijs | Matrijs plus kwalificatie | 3 tot 8 maanden | Doorzet, prioriteit en ketenrisico | Niets, maar het kost het meest aan aandacht |

Vier holtes in plaats van twee halveert de machinekosten per stuk en verdubbelt de doorzet in dezelfde uren. Reken het om: bij 22.000 euro voor de ombouw en 21 cent lagere stukprijs ligt het omslagpunt rond de 105.000 stuks, dus bij een jaarvraag van 300.000 stuks binnen vijf maanden.

Een tweede productiepartner is de duurste route, en vaak toch de juiste zodra één product een wezenlijk deel van je omzet draagt. Wat je ermee koopt is meer dan capaciteit.

Wat levert een tweede keten op behalve capaciteit?

Grip op je kostprijs. Zodra twee partijen hetzelfde onderdeel kunnen maken heb je een vergelijkingspunt: je weet wat een stuk elders kost en je prijsstelling hangt niet langer aan één offerte. Je kunt het volume bovendien verdelen naar waar het het beste past, grote vlakke series naar de ene partij, kleine afroepen en varianten naar de andere.

Daaronder ligt een groter punt. De route die je nu hebt is gekozen bij het volume van toen. Holtes, materiaalinkoop, verpakking, transportvorm en controle liggen vast op aannames die bij 40.000 stuks per jaar klopten en bij 300.000 meestal niet meer. Optimaliseren binnen die route loopt dan tegen een plafond: een cyclus van 40 naar 36 seconden brengen helpt, maar de opzet zelf groeit niet mee.

Een rekenvoorbeeld met verzonnen uitgangspunten: stukprijs 2,40 euro bij 300.000 stuks per jaar. Haal je binnen de bestaande route 4% weg met een snellere cyclus en minder afkeur, dan is dat 29.000 euro per jaar. Levert een herziening van holtes, materiaalkeuze, verpakking en de plek waar geassembleerd wordt 15% op, dan is dat 108.000 euro, elk jaar, tegenover een eenmalige investering in matrijs en kwalificatie.

Dat maakt het ook een ander type beslissing. "We hebben meer capaciteit nodig" is een inkoopvraag voor dit kwartaal. "Onze keten is ontworpen voor een volume dat we voorbij zijn" is een ontwerpvraag, en dat antwoord werkt jaren door.

Hoe zet ik een tweede bron op zonder dat de levering stilvalt?

In zes stappen, met de voorraadopbouw vóór de overgang in plaats van erna.

1. Leg je specificatie vast. Actuele tekeningen, materiaalspecificatie, toleranties die er werkelijk toe doen, cosmetische eisen en de afkeurgrens. Zonder dat document kwalificeer je op gevoel. 2. Bouw voorraad op ter grootte van de doorlooptijd van de nieuwe bron plus een marge. Dit is de cashpiek van het hele traject en hij komt vroeg. 3. Laat de nieuwe partij de maakbaarheid beoordelen voordat er staal wordt gesneden. Een tweede matrijs is het moment om ontwerpfouten die je al jaren meesleept alsnog eruit te halen. 4. Monsters en eerste artikel-inspectie met een meetrapport tegen de vastgelegde specificatie, plus een functionele test. 5. Laat beide bronnen één tot drie maanden naast elkaar leveren. Verdeel het volume bewust, bijvoorbeeld 80 om 20, zodat de nieuwe bron echt productie draait en niet alleen proefstukken. 6. Vergelijk de afkeurcijfers van beide bronnen voordat je de verdeling verschuift.

Een klant in consumentengoederen, in twee jaar van 40.000 naar 180.000 stuks per jaar, begon pas aan stap 2 toen de nieuwe matrijs al besteld was. Voorraadopbouw en matrijsfactuur vielen in hetzelfde kwartaal. Technisch ging het goed; het traject liep drie maanden uit om een cashreden.

Wat kost opschalen, en wanneer verdient het zich terug?

De matrijs is de zichtbare post, maar zelden de grootste. Reken op vier posten:

  • Matrijs of ombouw. De prijs hangt af van het aantal holtes, de zijschuiven, de staalsoort en het volume waarop je ontwerpt. Vraag hem samen met de nieuwe stukprijs op, anders kun je de terugverdientijd niet uitrekenen.
  • Kwalificatie. Monsters, meetrapporten, functionele test, en de uren van jouw kant om die te beoordelen.
  • Voorraadopbouw voor de overlap. Dit is bijna altijd de grootste cashpost en de minst begrote.
  • Afkeur in de eerste series. Een nieuwe matrijs op een andere machine moet zijn procesvenster vinden.

Daartegenover staat een lagere stukprijs bij meer holtes, minder spoedkosten, minder omzetverlies door nee verkopen, en een tweede prijs waartegen je de eerste kunt leggen. Die laatste twee staan op geen enkele factuur en wegen bij een groeiend product het zwaarst. Zet ze met een getal in de berekening, anders wint de matrijsfactuur het gesprek.

Hoe borg ik de kwaliteit als het volume verdubbelt?

Door kwaliteit meetbaar te maken voordat het volume omhoog gaat, niet erna. Twee bronnen leveren altijd licht verschillende stukken. De vraag is niet of ze verschillen, maar of het verschil binnen de grens valt die jij hebt vastgelegd.

Praktisch: toleranties op de maten die functioneel zijn, een eerste artikel-inspectie per bron en per matrijswijziging, een afkeurpercentage per bron in plaats van één totaal, en steekproeven die bij beide partijen hetzelfde gemeten worden. Spreek ook af wat er gebeurt bij een afwijking: wie stopt de serie, wie beoordeelt, en binnen hoeveel tijd.

Benoem de trade-off eerlijk. Een tweede bron verlaagt je ketenrisico en verhoogt je beheerlast. Je verdeelt je volume, dus je verliest schaalvoordeel bij allebei, en je houdt twee processen bij in plaats van één. Bij één product dat een groot deel van je omzet draagt is dat zijn prijs waard. Bij een product dat 5% van je omzet is meestal niet.

Production Heroes brengt producten van ontwerp naar serieproductie, van haalbaarheid en kostprijs tot sourcing en supply chain, en levert als toolshop matrijzen aan maakbedrijven in Europa, vanuit Nederland en een eigen presence in China.

Bronnen: seriegroottes uit de eigen projecthistorie van Production Heroes; de capaciteits-, besparings- en terugverdienberekeningen zijn rekenvoorbeelden met verzonnen uitgangspunten, geen prijsopgave.

Frequently asked questions

Vanaf welk volume loont een tweede matrijs of extra holtes?
Reken het om naar het omslagpunt: investering gedeeld door de besparing per stuk. Bij 22.000 euro voor een matrijs met vier in plaats van twee holtes en 21 cent lagere stukprijs ligt dat punt rond de 105.000 stuks. Bij een jaarvraag van 300.000 stuks is dat binnen vijf maanden.
Kan ik naar een nieuwe productiepartner zonder dat mijn levering stilvalt?
Ja, als je beide bronnen een tijd naast elkaar laat lopen en vooraf voorraad opbouwt. Reken op een overlap van één tot drie maanden en op extra voorraad ter grootte van de doorlooptijd van de nieuwe bron plus een marge voor de eerste series.
Hoe lang duurt het opzetten van een tweede productiepartner?
Drie tot zes maanden als er een bestaande matrijs mee kan, en vier tot acht als er een nieuwe matrijs bij komt. Matrijsbouw kost zes tot twaalf weken, monsters en eerste artikel-inspectie vier tot acht, en daarna draait de overlapperiode.
Is optimaliseren bij onze huidige fabriek niet goedkoper dan een tweede partner erbij?
Op korte termijn wel. Binnen de bestaande route zit meestal nog een paar procent, in cyclustijd en afkeur. Het plafond zit in de opzet zelf, die bij een lager volume is gekozen. Een tweede keten geeft bovendien een vergelijkingspunt voor je stukprijs, en dat maakt de besparing structureel.
Wat als mijn matrijs bij de huidige fabriek staat?
Zoek eerst uit of hij juridisch van jou is: de factuur en het contract bepalen dat, niet het feit dat je hem betaald hebt. Staan er nog tooling-kosten open, dan kan de matrijs als onderpand gelden en kom je er niet zonder afspraak uit.